De box 3-hervorming leek in februari eindelijk een feit. Op 12 februari stemde de Tweede Kamer in met de Wet werkelijk rendement, na jaren van politiek touwtrekken. Maar nog geen weken later kondigde minister Eelco Heinen van Financiën aan de wet toch opnieuw te willen herzien. Voor Nederlandse vermogensbezitters en vastgoedinvesteerders is dit een relevant signaal: de politieke onzekerheid rond de box 3-belasting is allerminst voorbij, en dat heeft gevolgen voor de vraag hoe je je vermogen het beste kunt structureren.
Waarom wil minister Heinen de wet alweer aanpassen?
De aankondiging van Heinen op de ochtend van de regeringsverklaring verraste vriend en vijand. Volgens een reconstructie van NRC had de minister zijn plannen nauwelijks afgestemd met staatssecretaris Eerenberg (D66), die formeel verantwoordelijk is voor box 3, noch met de andere coalitiepartijen of zijn eigen ambtenaren. Kamerleden reageerden verbijsterd. BBB-kamerlid Henk Vermeer noemde de stap “een dikke middelvinger naar de Kamer”.
Heinens verklaring: de financiële onrust was te groot om niets te doen. Internationale beleggers, onder wie Elon Musk en prins Constantijn als gezant van start-up-organisatie Techleap, hadden gewaarschuwd dat de nieuwe wet buitenlandse investeerders uit Nederland zou wegjagen. De politieke steun in de Eerste Kamer, die de wet nog moest behandelen, dreigde weg te vallen voordat de inhoudelijke discussie überhaupt begonnen was.
Wat is het grootste bezwaar tegen de nieuwe box 3-wet?
De kern van de kritiek richt zich op de vermogensaanwasbelasting. In het nieuwe stelsel, dat per 1 januari 2028 zou ingaan, moeten beleggers jaarlijks belasting betalen over de waardestijging van aandelen en andere beleggingen, ook als zij die winst nog niet hebben gerealiseerd. Wie zijn vermogen volledig in aandelen heeft zitten en weinig liquide middelen heeft, kan gedwongen zijn aandelen te verkopen om de belastingrekening te voldoen.
Vastgoed vormt binnen het wetsvoorstel een uitzondering op dit punt. De waardeontwikkeling van onroerende zaken wordt niet jaarlijks belast, maar pas bij verkoop via een vermogenswinstbelasting. Dat maakt vastgoed binnen het nieuwe systeem in potentie gunstiger dan beursgenoteerde beleggingen, maar de politieke onzekerheid over de uiteindelijke vormgeving blijft groot. Staatssecretaris Eerenberg heeft inmiddels aangekondigd in gesprek te gaan met de Kamer over aanpassingen, “met het oog op breed politiek en maatschappelijk draagvlak”. Op Prinsjesdag moet duidelijk worden wat het nieuwe voorstel inhoudt.
Wat betekent deze onzekerheid voor vastgoedinvesteerders?
De voortdurende politieke discussie over box 3 maakt het voor vermogensbezitters lastig om op de lange termijn te plannen. Elk jaar uitstel van de nieuwe wet kost de staatskas 2,8 miljard euro, wat de druk op een snelle oplossing groot houdt. Tegelijkertijd is duidelijk dat de richting van de hervorming, belasting op werkelijk rendement in plaats van een fictief rendement, breed wordt gedragen. De vraag is niet of het systeem verandert, maar hoe.
Voor investeerders die overwegen vermogen in vastgoed onder te brengen, is de fiscale behandeling van buitenlands vastgoed een relevant onderdeel van die overweging. Nederland heeft met het Verenigd Koninkrijk een belastingverdrag dat regelt in welk land vastgoed belast wordt. In de meeste gevallen betekent dit dat Brits vastgoed wordt belast in het VK, en dat Nederland een vrijstelling verleent in box 3. Die systematiek geldt zowel onder het huidige als het voorgestelde nieuwe stelsel.
Hoe verhoudt Brits vastgoed zich tot de box 3-discussie?
Voor Nederlandse investeerders die hun vermogen willen spreiden en tegelijkertijd meer zekerheid willen over de fiscale behandeling, biedt Brits vastgoed een structureel interessante optie. De huurrendementen in steden als Manchester, Leeds en Liverpool liggen gemiddeld tussen de 5,5% en 7%, met uitschieters in specifieke wijken richting 8% of hoger. De Britse vastgoedmarkt kent een structureel aanbodtekort dat de vraag naar huurwoningen stabiel houdt, terwijl de verwachte huizenprijsgroei in Noord-Engeland voor de komende jaren bovengemiddeld is.
Daarnaast biedt de combinatie van lopend huurrendement en kapitaalgroei een profiel dat afwijkt van beursgenoteerde beleggingen, juist het type vermogen waarover de discussie over vermogensaanwasbelasting het hevigst is. Vastgoed levert geen papieren winst die jaarlijks zichtbaar is op een beleggingsrekening, maar een reëel rendement via huurinkomsten en waardeontwikkeling op de lange termijn.
Conclusie: spreiding als antwoord op fiscale onzekerheid
De box 3-hervorming is politiek gezien nog verre van afgerond. Minister Heinen heeft met zijn aankondiging een discussie heropend die de Tweede Kamer eigenlijk wilde sluiten, en het is nu aan staatssecretaris Eerenberg om met een breed gedragen alternatief te komen. Tot Prinsjesdag blijft onduidelijk wat het nieuwe voorstel inhoudt en welke vermogenscategorieën het zwaarst worden belast.
Voor investeerders is dat een reden om de structuur van hun vermogen kritisch te bekijken. Brits vastgoed is in dat kader geen fiscale truc, maar een serieuze beleggingscategorie met een eigen rendementsprofiel en een heldere internationale fiscale behandeling. Wilt u weten wat de mogelijkheden zijn? Albion Invest helpt u graag verder met een vrijblijvend gesprek.